HIV/ AIDS Verpleegkunde (Postbasis)

IDOpleidingOpleidingsduur
008HIV/ AIDS Verpleegkunde (Postbasis)1,5 jaar (18 maanden)

HIV en Aids behoren anno 2017 nog steeds tot gestigmatiseerde aandoeningen en zoals bekend belemmeren stigma’s elk aspect van medische – en sociale zorg. Verpleegkundigen zullen daarom niet alleen kennis moeten opdoen over HIV en besmetting en hoe de zorg hierop af te stemmen, maar ook counseling skills moeten verwerven. Counseling is een effectieve public health interventie, die cliëntgericht interventie en educatie in de hand werkt, waardoor overdragen van het virus gereduceerd kan worden.

De opleiding tot HIV/AIDS verpleegkundige is een beroepsopleiding, wat in de praktijk betekent dat de opleiding voortdurend afgestemd wordt op de wensen en de behoeften die vanuit het werkterrein van HIV/AIDS problematiek en zorg naar voren komen. De inhoud is gericht op kennis en begeleidingsaspecten van gezondheidswerkers.

Daarnaast worden specifieke verpleegkundige competenties uitgebreid; te weten:

  • Het geven van voorlichting
  • De begeleiding bij voeding en medicamenten
  • Het bieden van psychosociale begeleiding
  • Opleider voor collegae en andere hulpverleners

 

Doelstelling van de opleiding

Het doel van de opleiding tot HIV/AIDS verpleegkundige is verpleegkundigen voor te bereiden om zelfstandig managers rollen en functies te vervullen, in de huidige beroepspraktijk in de rol van:

  • Deskundige op het gebied van zorgverlening aan HIV/AIDS geïnfecteerde mensen
  • Coördinator ten aanzien van collega hulpverleners en het netwerk van de mensen met HIV/AIDS
  • Coach om de effectieve zelfzorg te bewerkstelligen bij mensen met HIV/AIDS.

De opleiding zal zich specifiek richten op deze rollen.

 

Competentie Gericht Onderwijs

De verpleegkundigen worden volgens het principe van competentiegericht onderwijs opgeleid, met als voordeel dat de focus gericht is op het (verder) ontwikkelen van de competenties (kennis/ vaardigheden/ attitude) die de grondslag vormen voor de uitoefening van het beroep HIV/AIDS verpleegkundige binnen de zorginstelling.

 

Het beroepsprofiel van de HIV/AIDS verpleegkundige

De opleiding heeft een maatschappelijke taak, namelijk het opleiden van de student voor beroepsactiviteiten en het bijdragen aan haar persoonlijke en algemene maatschappelijke ontplooiing. De afgestudeerde komt terecht in de zorg rondom HIV geïnfecteerden en levert van daaruit een bijdrage aan de beroepsontwikkeling. Het gaat om specialistische beroepsuitoefening in de directe cliëntenzorg.

Begeleiding en coaching van mensen met HIV/AIDS vraagt om teamwork. Inzet van op elkaar ingespeelde disciplines is hierbij een vereiste. De HIV/AIDS verpleegkundige neemt in het team een belangrijke plaats in, naast de internist/ huisarts. Voor de mens met HIV/AIDS betekent dit dat er medisch, sociaal en verpleegkundige zorg verleend wordt die ‘de mens’ centraal stelt, waarbij verantwoorde zorg geleverd wordt, die doelmatig en doeltreffend is.

 

Taakgebieden

De kinderverpleegkundige werkt vanuit 5 taakgebieden:

  1. Vakinhoudelijk handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerking
  4. Organiseren
  5. Professionaliteit

Op deze vijf taakgebieden voert de HIV/ AIDS Verpleegkundige diverse kerncompetenties uit.

 

Kerncompetenties bij het vakinhoudelijk handelen:

  • Verzamelt informatie op diverse manieren en kan deze analyseren en interpreteren.
  • Stelt, op basis van klinisch redeneren, de verpleegkundige zorg vast voor patiënt en gezin, gericht op het handhaven of (opnieuw) verwerven van het zelfmanagement van de patiënt en diens naasten.
  • Schat risico’s in, signaleert vroegtijdig problemen, kiest interventies en voert deze uit.
  • Kan het verloop monitoren en de resultaten evalueren bij zorgproblemen in de vier gebieden van het menselijk functioneren.
  • Werkt volgens richtlijnen en wijkt daar beargumenteerd vanaf als de situatie of eigen professionele of morele afwegingen daartoe aanleiding geven.
  • Ondersteunt de patiënt bij de persoonlijke verzorging.
  • Voert alle voorbehouden en risicovolle handelingen uit, met inachtneming van de eigen bevoegdheid en bekwaamheid.

 

 

Kerncompetenties bij communicatie:

  • Het geven van voorlichting
  • Heeft kennis van communicatieniveaus (inhoud, procedure, proces).
  • Kent de belangrijkste gesprekstechnieken
  • Past gesprekstechnieken toe die passen bij de zorgvrager en het niveau van communicatie, zoals: luisteren, vragen stellen, samenvatten en parafraseren, spiegelen, gevoelsreflecties geven.
  • Formuleert uitstekend, zowel mondeling als schriftelijk, zet vaktaal om in begrijpelijke taal.
  • Geeft adviezen zowel mondeling, schriftelijk en door verwijzing naar betrouwbare instanties en websites.
  • Kan de zorgvrager instrueren en motiveren.
  • Ondersteunt zorgvrager en diens naasten, waar nodig bij het informeren van de omgeving die voor het dagelijks functioneren relevant zijn, zoals familie, de werkomgeving, vrienden, met betrekking tot gezondheidsvaardigheden.

 

Kerncompetenties bij samenwerken:

  • Heeft een visie op samenwerken, kent actuele standaarden en handreikingen daarin.
  • Heeft kennis van samenwerkingsprocessen, zoals groeps- en teamvorming, teamrollen, groepsdynamica en geven en ontvangen van feedback.
  • Heeft kennis van de samenwerkingspartners (hun rollen, deskundigheid en bevoegdheden).
  • Is bekend met (potentiële) samenwerkingspartners buiten de zorg.
  • Heeft kennis van doeltreffende en doelmatige verslaglegging en overdracht, inclusief het gebruik van ICT en wet- en regelgeving in deze.
  • Werkt samen met patiënten en hun naasten, mantelzorgers, hen steunen en hen verwijzen, waar nodig.
  • Formuleert haar visie op samenwerken en brengt deze naar voren.
  • Levert haar bijdrage in teams en samenwerkingsprocessen en positioneert zichzelf; ontwijkt confrontaties en verschil van mening daarbij niet.
  • Legt efficiënt en effectief verslag, kan overleggen en overdragen, vanuit een gelijkwaardige, collegiale en open houding. Zowel in relatie tot de patiënt en diens naasten, binnen het eigen verpleegkundige team, in het multidisciplinaire team als met andere samenwerkingspartners.

 

Kerncompetenties bij organiseren:

  • Kent verschillende organisatievormen en principes uit de organisatiekunde.
  • Heeft kennis van de nieuwste informatie- en communicatietechnologieën.
  • Coördineert de zorg rondom patiënten, tussen disciplines en organisaties en waarborgt de continuïteit van zorg.
  • Neemt beslissingen over beleid (prioritering) en middelen voor de individuele patiëntenzorg.
  • Gaat op verantwoorde wijze met materialen en middelen om.
  • Neemt (gedrags)regels en protocollen in acht, die horen bij de functionele verantwoordelijkheid.
  • Is vaardig op het gebied van informatie- en communicatietechnologie.
  • Levert een bijdrage aan de patiëntveiligheid en het werkklimaat binnen de organisatie.

 

Kerncompetenties bij professionaliteit:

  • Heeft kennis van de principes van Evidence Based Practice.
  • Heeft elementaire kennis van methoden van onderzoek.
  • Heeft kennis van actuele thema’s en ontwikkelingen in het eigen vakgebied.
  • Is op de hoogte van toepassingen op het gebied van kennisontwikkeling en –delen
  • Kent de principes van reflectieve praktijkvoering.
  • Heeft kennis van levensbeschouwelijke en religieuze opvattingen en stromingen.
  • Heeft kennis van de moreel-ethische context van de zorgverlening.
  • Formuleert op basis van ervaringen de dagelijkse beroepspraktijk concrete probleem- of vraagstellingen om de beroepspraktijk te verbeteren.
  • Kan participeren in (praktijk)onderzoek.
  • Ontwikkelt zich door zelfreflectie en zelfbeoordeling van eigen resultaten.
  • Kan het eigen functioneren waarderen en kritisch benaderen; durft ergens op terug te komen.
  • Ontvangt feedback van collega’s en leidinggevenden en integreert dit in haar handelen.
  • Geeft collega’s en studenten feedback op hun handelen en professioneel gedrag.
  • Kan omgaan met ethische vraagstukken en zingevingsvraagstukken van patiënten.
  • Ondersteunt patiënten en diens naasten bij het nemen van beslissingen betreffende de behandeling, het al of niet voortzetten van een behandeling (specifiek rond het levenseinde).

 

Duur en structuur van de opleiding

  1. Type opleiding: deeltijds/ avond
  2. Duur: 1,5 jaar (6 perioden van 10 weken)
  3. Opzet: theorie en praktijk
  4. Lesdagen en –tijden: Maandag en vrijdag van 17.00 – 21.00 uur

 

Meerwaarde van de opleiding

  1. Na afronding ontvangt de afgestudeerde het diploma ‘HIV/AIDS verpleegkunde’ dat de kans geeft om als specialistisch verpleegkundige binnen een zorginstelling, f ziekenhuis of maatschappelijke organisatie te werken;
  2. De afgestudeerde is in staat zelfstandig en in teamverband zorg te verlenen aan zorgvragers binnen zijn/ haar doelgroep;
  3. De opleiding wordt volledig competentiegericht aangeboden (het accent ligt op de integrale inzet van kennis, vaardigheden en attitude bij de beroepsuitoefening);
  4. De aangeleerde competenties zijn gebaseerd op de vraag van het beroepenveld.

 

Toelatingseisen

  1. Diploma MBO – Verpleegkunde;
  2. Aantoonbare vaardigheid in Microsoft Word, Excel en PowerPoint;
  3. Minimaal één (1) jaar praktijkervaring;
  4. Bewijs van goed gedrag;
  5. Affiniteit met de doelgroep.

 

Het afstudeerproject

De student rond de opleiding af met een afstudeerproject oftewel een praktijkgericht onderzoeksverslag. Dit is een examen waarin de student laat zien dat hij/zij de competenties als HIV/Aids verpleegkundige beheerst. Hiervoor vindt er een beoordelingsgesprek plaats.

Opleidingskosten:                                   SRD 3800,-

Uiterlijke inschrijvingsdatum:   vrijdag 8 september 2017

Teach – in:                               dinsdag 12 september 2017

Start opleiding:                              Maandag 2 oktober 2017